Praten zonder te oordelen

Het moge duidelijk zijn – en misschien betrap je jezelf er vaak op – een gesprek ontaardt al snel in een ruzie wanneer een van de partijen zich veroordeeld voelt. Psycholoog Marshall B. Rosenberg ontwikkelde het model van Geweldloze Communicatie: vier eenvoudige stappen die voorkomen dat oordelen een gesprek domineren. Met als uiteindelijk doel, minder discussie en ruzie. Stappen die eigenlijk heel eenvoudig toe te passen zijn.

Minder ruziemaken? Zo maak je van een discussie in vier stappen een goed gesprek:

  • Stap 1: Vertel wat je waarneemt

Bij deze stap noem je alleen de kale feiten en laat je emoties zo veel mogelijk achterwege. Vermijd ook woorden die ruimte overlaten voor interpretatie, zoals “nooit, altijd, te veel/weinig”. Een goed voorbeeld van een feitelijke waarneming is: “ik zie dat de borden nog op het aanrecht staan”. Niet: “je hebt alweer de borden niet opgeruimd”. Ook goed: “we hebben de laatste maanden geen afspraak met elkaar kunnen plannen”. Niet: “je hebt ook nooit tijd voor me”. In deze stap omschrijf je dus kort de situatie, en let je op dat je gesprekspartner op geen enkele manier een oordeel kan horen in wat je zegt.

  • Stap 2: Uit je gevoelens

Wat doet deze waarneming met je? Ben je verdrietig, geïrriteerd of blij? Deel je gevoel met je gesprekspartner. Bijvoorbeeld: “hierdoor merk ik dat ik me onzeker voel”. Hou ook deze fase kort, duidelijk en pas op met woorden als: “bedrogen, niet gehoord/gezien/serieus genomen, onder druk gezet en verwaarloosd”. Deze woorden beschrijven namelijk geen daadwerkelijk gevoel, maar zijn een verdekt oordeel over hoe iemand anders je laat voelen.

  • Stap 3: Deel je behoeftes

Behoeftes zijn iets anders dan gevoelens. Voorbeelden van behoeftes zijn: veiligheid, begrip, bevestiging, erkenning, verbondenheid of intimiteit. Door je behoeftes te delen leg je het fundament voor de laatste stap.

  • Stap 4: Doe een verzoek

Maak je verzoek concreet en gebruik positieve woorden. Zeg bijvoorbeeld: “zou je de borden meteen na het eten in de vaatwasser willen zetten?” en niet: “wil je de borden niet op het aanrecht laten staan?”. Zorg ervoor dat je vraag niet klinkt als een eis.

Nog een voorbeeld!

“Deze maand was je drie keer later dan we hadden afgesproken. Daardoor voel ik me teleurgesteld en verdrietig. Ik heb namelijk behoefte aan zekerheid dat onze afspraken doorgaan en heb behoefte aan bevestiging dat onze afspraken belangrijk voor je zijn. Zou je daarom vanaf nu op tijd willen komen, en me van tevoren inlichten als je vertraagd bent?”

Houding en toon zijn natuurlijk enorm belangrijk. Wanneer je duidelijk geïrriteerd of boos bent, kan je gesprekspartner er alsnog een onderliggend oordeel in horen. Uit ervaring weet ik: even afkoelen en het gesprek oefenen kan enorm helpen.

Hoe minder oordeel, hoe meer verbinding

Oké, deze stappen komen wellicht wat stijfjes en gemaakt over. En ik kan me voorstellen dat het doorlopen van zulke fases in een organisch gesprek niet precies lukt. Geen ramp. Natuurlijk is het zaak om bij dit soort dingen je eigen woorden en taal te gebruiken. Het voornaamste is denk ik dat je steeds elke vorm van oordeel, beschuldiging of verwijt probeert te voorkomen, ook al heb je nog zó gelijk. Mensen zijn veel eerder geneigd een stap in jouw richting te zetten als ze niet het gevoel krijgen dat ze zich moeten verdedigen. Believe me, het is soms ook simpelweg even enorm hard tot tien tellen, maar wie rustig en beleefd blijft, krijgt veel eerder verbinding én resultaat! En laat dat nu precies zijn waar we zo nu en dan naar op zoek zijn!

Hoe zorg jij dat een moeilijk gesprek niet ontaardt in een ruzie? Of heb jij deze stappen al eens gebruikt? Laat het ons weten in de comments!

Dit vind je vast ook leuk om te lezen:

Hoe leer ik effectief ruzie maken?

Relatieproblemen door geld: ontdek de échte valkuilen