Mijn dochter zit een krokodil te tekenen. Ik verbaas me hoeveel het dier lijkt, de lange bek, de priemende ogen. Plotseling smijt ze de stiften over de tafel en verkreukelt ze boos haar papiertje. “Ik kan dit niet!” roept ze. Ze springt verongelijkt van haar stoel en gaat op de trap zitten. Mijn zoontje zit tegenover haar, met zijn eigen stiften en zijn eigen blaadje, ook een krokodil te tekenen. Hij kijkt verbaasd op van zijn tekening als zijn zus begint te schreeuwen. “Ik kan dit ook nog niet,” zegt hij kalm – en dat klopt. Zijn creatie is meer een kruising tussen een gehandicapte octopus en een langpootspin. Maar dan gaat hij rustig verder, met iets wat niet eens in de buurt komt van een krokodil. Zijn zusje blijft mopperen op de trap.